Geplaatst op Geef een reactie

De juiste doelen stellen met drummen

Tegenwoordig wordt er overal van iedereen verwacht dat we doelen stellen.  Het doelen stellen is een hype en lijkt soms een doel op zichzelf te zijn geworden, in plaats van een middel. Zonder doel lijkt het allemaal geen nut te hebben.

Dat is met drummen wel anders. Met drummen ben je eigenlijk nooit helemaal uitgeleerd. Het verbeteren van jezelf is een kernactiviteit binnen het drummen. De grote valkuil is dus: waar houdt dit een keer op? Kun je je grenzen altijd maar blijven verleggen? En wie zegt dat je niet gewoon lekker plaatjes mee kan rammen op je zolder?

Doelen stellen als drummen is een goed idee

“Maar speel je dan ook in een bandje??” is vaak het eerste wat men vraagt wanneer je mededeelt dat je tegenwoordig drumt. Als beginnende drummer heb je niet altijd het doel voor ogen om in een band te gaan spelen. Je bent voornamelijk bezig te kijken of drummen je bevalt en je moet er nog helemaal niet aan denken om je nieuw geleerde kunsten al op een podium te laten zien.  Maar dat je in de beginnende fasen zit betekent niet dat je helemaal geen doelen moet stellen. Doelen stellen met drummen is in de kern een goed idee. Voornamelijk het meetbaar maken van je resulaten is een goede manier om resultaat te boeken. Bovendien is het heel leuk om in harde cijfers te zien hoe je vooruit gaat. De makkelijkste manier om dit te doen is door de metronoom te gebruiken.

Een voorbeeld van een simpel oefenplan, inclusief doelen is dan als volgt:

  • Het doel: Ik wil graag de paradiddle leren spelen. Dat wil ik graag op 90 BPM kunnen.
  • Voorbereiding: Eerst moet ik zonder metronoom de paradiddle spelen op een laag tempo (maximaal 60 BPM op de metronoom). Zodra ik merk dat de handsetting is ‘ingesleten’, ga ik verder met de volgende stap.
  • Herhaling: Nu ik de paradiddle in de basis beheers, ga ik langzaam snelheid toevoegen. Ik ga bijvoorbeeld 2x per week een kwartier de paradiddle oefenen. Elke keer dat ik oefen voeg ik 3 bpm toe als ik de oefening 20x zonder fouten achter elkaar kan spelen.

Zo begin je dus eerst rustig zonder metronoom om de ‘feel’ door te krijgen. Vervolgens speel je 60 BPM, 63BPM, 66BPM, etc, etc. Wees strict: alleen als de oefening 20x achter elkaar goed gaat, voeg je snelheid toe.  Zo heb je allemaal kleine doelen tot aan jouw ‘grote’ doel van 90BPM.

Het boek uit hebben als doel vs. variëren als doel

Soms hebben drummers de neiging zo snel mogelijk zo veel mogelijk boeken te “leren”. Dat kun je inderdaad zien als een doel om naar toe te werken; elk boek is een doel. Bovenstaande methode is echter veel geschikter. Want wanneer je jouw ‘doel ‘ hebt gehaald, wat betekent dat dan eigenlijk? Hoe druk je dit uit in een meetbaar resultaat?

Een betere aanpak is om de methode van het meetbare resultaat te gebruiken met de metronoom. Heb je je doelen gehaald, kun je overgaan op variaties. Een oefening kun je namelijk op veel verschillende onderdelen van het drumstel spelen.

Op die manier kan je variaties in je spel brengen, wat er voor zorgt dat je een “simpele oefening” veel beter leert kennen en spelen. Elke verandering van klank zorgt er voor dat je hersens het even niet snappen. Door vele variaties op het zelfde patroon te spelen gaan je hersenen en spieren de oefening beter onthouden. Dat zorgt er voor dat je ook makkelijker kan gaan improviseren. Zo kun je uit één boek misschien wel 100 verschillende boeken aan variaties leren! Gebruik je oefenstof wijs!

Heb je vragen over doelen stellen of hoe je moet oefenen? Stuur gewoon een mailtje!

Geef een reactie